Disclaimer

In 2005 begon ik met het schrijven over kraken, ICT, zeilen, terrorisme, de multiculturele samenleving enzo, op dit blog. Langzamerhand begon het schrijven over terrorisme zich steeds meer tot Israël, Gaza, Judea en Samaria te beperken.
De meningen die op dit blog worden weergegeven zijn als bijdrage aan het maatschappelijke debat en geenszins kwetsend of beledigend bedoeld. Mocht u desondanks van mening zijn dat aangifte noodzakelijk is, lees dan eerst even deze speciaal voor u bedoelde disclaimer

Friday, October 20, 2006

Verlichtingsfundamentalisme ?

door Dirk Verhofstadt

Verlichtingsfundamentalisme?
– Herman Philipse

Na de moord op Theo Van Gogh op 2 november 2004 moest de Nederlandse politica Ayaan Hirsi Ali onderduiken. De moordenaar had op het lichaam van de bekende cineast en publicist immers een duidelijke boodschap achtergelaten. ‘Ik weet zeker dat jij, O Hirshi Ali, ten onder gaat’, zo schreef de moordenaar Mohammed Bouyeri. Tijdens haar gedwongen afwezigheid verzocht uitgeverij Prometheus een aantal schrijvers, politici, opiniemakers en journalisten om haar een openhartige brief te schrijven. Het resultaat is het boek Brieven aan Ayaan Hirsi Ali een bundeling van uiteenlopende meningen over de problematiek van de islam, de positie van de moslimvrouw, de vrijheid van meningsuiting en vooral de methodes van de politica om via teksten, boeken en films haar standpunten onder de aandacht van het brede publiek te brengen. De brieven bevatten soms scherpe kritiek, maar ook hartverwarmende steun en blijken van medeleven. Een van de briefschrijvers was filosoof en hoogleraar Herman Philipse de auteur van het veelbesproken Atheïstisch manifest. Zijn bijdrage bleef evenwel niet beperkt tot een klassieke brief, maar groeide uit tot een heus manifest dat inmiddels apart verscheen onder de titel Verlichtingsfundamentalisme?

Het boekje is een veertig bladzijden lang pamflet over de Verlichting en het fundamentalisme gericht aan Ayaan Hirsi Ali en tegelijk bestemd voor de huidige Nederlandse christen-democratische Minister van Justitie Piet Hein Donner. Die had de liberale politica in een interview met NRC Handelsblad impliciet gekwalificeerd als een ‘verlichtingsfundamentalist’ en net dat schoot Herman Philipse in het verkeerde keelgat. Volgens Piet Hein Donner is immers elke levensovertuiging, ook die van de Verlichting, een geloof. Aangezien elk geloof fundamentalistisch is valt niet te strijden over wie het bij het rechte eind heeft. Waaruit de auteur concludeert dat er volgens Donner niet valt te discussiëren over zijn eigen christelijk geloof noch over dat van moslimfundamentalisten. Wat Philipse stoort is het verdraaien van woorden, zeker voor mensen die regeringsverantwoordelijkheid dragen. Daarop volgt een gloedvolle verdediging voor de Verlichting en een ontkrachting van het standpunt van de minister waarbij de auteur met een scherp mes de argumentatie van de bewindvoerder fileert tot er niets meer van overblijft, behalve de vaststelling dat de uitspraak van Donner niet alleen dom was, maar tevens gevaarlijk, al was het maar omdat hij indirect in de kaart speelt van diegenen die in naam van heilige teksten de meest barbaarse misdaden begaan. Donner definieert de Verlichting als ‘de gedachte dat er niet meer is dan je ziet of begrijpt met je verstand’. Een hoogst bizarre definitie want verlichtingsdenkers als Locke, Hume, Voltaire, Diderot en Kant stelden juist ‘dat er ongelooflijk veel is wat we niet zien en niet begrijpen met ons verstand’. De essentie van de Verlichting is net de zelfstandigheid van het eigen denken en werd het best verwoord door Immanuel Kant in zijn opstel Was ist Aufklärung? ‘Verlichting betekent dat de mens zich bevrijdt van de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft’, zo schreef de beroemde filosoof uit Königsberg. Zijn antwoord was dan ook Sapere aude! Durf je van je eigen verstand te bedienen! Het is een houding die diametraal staat tegenover de houding die in de heilige boeken van de monotheïstische godsdiensten bepleit wordt, aldus de auteur. Dat klopt. Terwijl de ‘ware’ gelovige zich kritiekloos overgeeft aan de bepalingen van de Bijbel, de Thora of de Koran, is kritiek, twijfel en scepsis voor een ‘volgeling’ van de Verlichting net essentieel. Dit spoort met de Popperiaanse gedachte dat absolute waarheden niet bestaan, alleen hypotheses en dat de enige correcte houding de falsificatiemethode is waarbij elkeen zijn of haar hypotheses onderwerpt aan de grootst mogelijke kritiek.

Het onredelijk geloof in een absolute en universeel geldende waarheid is net de bron van elk fundamentalisme en vormt een voortdurend gevaar voor het vreedzaam samenleven tussen mensen van uiteenlopende culturen. De aanname van God als een oneindig goed, alwetend en almachtig wezen biedt fundamentalisten de morele penitentie voor gruweldaden. In die zin is ‘geloven’ trouwens een gemakkelijke houding. Mensen die vasthouden aan het monopolie van de moraal die uitgaat van een heilige tekst kunnen elk moreel dilemma uit de weg gaan. De gelovige of volgeling wordt dan immers niet verplicht te kiezen tussen goed en kwaad. Hij kan vluchten in onwetendheid, onverschilligheid of superioriteit waartoe de hem (zelf) opgelegde religieuze moraal de kans biedt. Door het uitschakelen van het persoonlijk geweten in naam van een abstract en alomvattend plan, van absolute en onveranderlijke waarheden, van blind en irrationeel geloof in het Beter-zijn-dan-de-Ander, vonden in de geschiedenis - maar ook vandaag nog - vreselijke drama’s plaats.

Het is vanuit die mentaliteit dat Mohammed Bouyeri zonder scrupules en moreel onbewogen de afschuwelijke moord beging op Theo Van Gogh, net zoals vroeger Mahatma Ghandi werd vermoord door een ‘gelovige’ hindoe, Anwar Sadat door ‘gelovige’ moslims en Yitzhak Rabat door een ‘gelovige’ jood. Net het geloof in die ‘onwankelbare waarheden’ die door diverse godsdiensten gepropageerd en verdedigd worden, zetten hun fanetieke ‘volgelingen’ ertoe aan om de meest afschuwelijke misdaden te begaan. Het zorgt er ook voor dat westerse intellectuelen die de fundamentele grondrechten willen verdedigen en zich keren tegen de uitwassen van het radicale islamisme zelf bedreigd worden op basis van het principe van de vrijheid van godsdienst. Herman Philipse zelf geeft toe dat hij over de koran niets zal zeggen ‘want dan loopt men tegenwoordig in Nederland het risico op bestiale en lafhartige manier afgeslacht te worden door een moslimzeloot’. In diezelfde zin had voordien ook Paul Cliteur al aangekondigd zich niet langer over dit thema publiekelijk uit te laten. Het brengt de auteur tot de schrijnende conclusie dat Ayaan veel moediger is dan hijzelf.

Nog steeds lees en hoor je bij westerse feministen kritiek op Ayaan Hirsi Ali. Ze verwijten haar onrust te stoken, aan politieke carrièreplanning te doen of te handelen uit wraak omwille van de traumatische ervaringen uit het verleden zoals de genitale verminking en het gedwongen huwelijk. Geen enkele van deze beoordelingen klopt met de realiteit. Op haar eigen, enigszins verlegen maar o zo integere manier gaat ze door met haar strijd voor de emancipatie van moslimvrouwen. Sommigen zien in haar een actuele Jeanne d’Arc, maar die vergelijking gaat volgens Herman Philipse niet op. Jeanne d’Arc vocht met het zwaard, Ayaan gebruikt alleen het woord als wapen. En terwijl de Franse strijdster tegen de Engelsen vocht vanuit een goddelijke inspiratie, put Ayaan haar kracht uitsluitend uit haarzelf (de auteur wijst erop dat ze niet alleen door hemelse vaders verlaten is, maar ook door haar echte vader die sinds haar geloofsafval geen enkel contact meer wil met zijn dochter).

In elk geval valt op hoe deze vrouw met de kracht van haar overtuiging elke dag opnieuw de strijd aangaat tegen onrecht, tegen onmenselijkheid en vooral tegen de onderdrukking van meisjes en vrouwen omwille van culturele en religieuze tradities. In die zin is haar politieke inzet - in weerwil van wat ‘linkse’ kritikasters en feministen ook mogen zeggen - een uitgesproken progressieve strijd. De strijd van Ayaan Hirsi Ali is een strijd voor emancipatie en ligt in het verlengde van de strijd tegen alle vormen van onderdrukking in de vorige eeuw, zoals het verzet tegen de Apartheid in Zuid-Afrika, tegen het kastensysteem in India, tegen de segregatie van de zwarten in Amerika en tegen de jodenvervolging in Duitsland. Het is het logisch gevolg van de Verlichting en de moderniteit om de mens meer autonome vrijheid te verzekeren, meer keuzevrijheid, meer zelfbeschikking. Haar strijd is een liberale strijd. Waarbij elk individu als mens, en niet als lid van een groep of onderdaan van een staat, een eigen plaats heeft. Een strijd die ertoe moet leiden dat elk individu, man of vrouw, blank of zwart, rijk of arm over een aantal onvervreemdbare rechten en vrijheden beschikt. Ayaan Hirsi Ali behoeft geen standbeeld maar wel publieke bescherming en verdediging. Dat zijn we haar vanuit democratisch oogpunt verplicht. Ayaan Hirsi Ali is geen verlichtingsfundamentalist, gewoon omdat niemand dat kan zijn. Herman Philipse toont overtuigend aan dat de term ‘verlichtingsfundamentalist’ een contradictio in terminis is. ‘De geesteshouding van de fundamentalist (dogmatisch geloof) is namelijk onverenigbaar met de geesteshouding van de verlichte mens (kritisch nadenken)’, zo schrijft hij. Wat Donner doet is de Verlichting kleineren en het fundamentalisme vergoelijken. Het is een harde, maar niet onterechte conclusie. Net de denkhouding van de Verlichting heeft in de westerse wereld geleid tot haar verbluffende welvaart, aldus de auteur, en dat is terecht. Het kritisch rationalisme dat aan de grondslag ligt van het actuele verlichtingsdenken zorgt immers voor creativiteit, wetenschappelijk onderzoek en innovatie. Allemaal elementen die in de islamwereld ontbreken, alhoewel dit volgens Fareed Zakaria het geval is in elk land dat over veel natuurlijke rijkdommen beschikt en derhalve geen enkele stimulans kent en geeft aan ondernemende mensen. Dat neemt niet weg dat Philipse gelijk heeft. Elke onderdrukking van het kritisch denken omwille van religieuze dogma’s leidt onvermijdelijk tot verduistering.

Herman Philipse keert zich niet alleen af van Donner die geen heil ziet in de Verlichting, maar ziet de Verlichting juist als het middel om het fundamentalisme structureel te bestrijden. We moeten de beginselen van de Verlichting publiekelijk onderschrijven, zo schrijft hij, zeker op school bij de kinderen van de immigranten. Terwijl Donner suggereert dat we ons niet moeten mengen in religieuze overtuigingen zegt de auteur net het tegenovergestelde en hij haalt Elsbeth Etty die stelde dat ‘wie de positie van islamitische vrouwen wil verbeteren, moet zich wel met de godsdienst bezighouden’. Al is het maar om de door de mannen in stand gehouden dominantie over de interpretatie van de koran bij te sturen, zoals ook Nahed Selim bepleit. Met dit boekje geeft Herman Philipse een sterk en noodzakelijk signaal naar alle bewindvoerders dat ze hun verantwoordelijkheid moeten nemen en niet mogen wijken voor diegenen die hun opvattingen willen opdringen aan anderen. De auteur verwijst naar Voltaire die in zijn artikel Tolérance een toepasselijke uitspraak deed. ‘Het is duidelijk dat elke privé-persoon die een mens, zijn broeder, vervolgt omdat hij zijn mening niet deelt, een monster is’. Een heel terechte opmerking. Al wie Ayaan Hirsi Ali bedreigt is een monster. Het is aan ons, aan elke mens, om haar tegen die monsters te beschermen.

Herman Philipse, Verlichtingsfundamentalisme?,
Bert Bakker, 2005
Recensie door Dirk Verhofstadt

1 comment:

O'Brien said...

Ik neem de vrijheid om dit fragment eruit te lichten:

"Mensen die vasthouden aan het monopolie van de moraal die uitgaat van een heilige tekst kunnen elk moreel dilemma uit de weg gaan. De gelovige of volgeling wordt dan immers niet verplicht te kiezen tussen goed en kwaad."

Allicht, en dat doen de meesten ook, te dom of te beroerd zelf over zaken na te denken, maar dat deldt ook de adepten van de Verlichting, of hoeven die niet te kiezen tussen goed en kwaad ?

In al mijn vilein humanisme, in mijn hang naar logica, mijn afkeer van geoordeel op grond van teksten in stokoude "heilige" geschriften, schiet er toch ineens een oercalvinistische opvatting door mijn kop: "De mens is van nature geneigd tot alle kwaad en niet in staat tot enig goed ".

Pijnlijk maar waar, en daarvoor hoef je geen kerkganger te zijn.

Ik verklaar mij nader :
‘Verlichting betekent dat de mens zich bevrijdt van de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft’, zo schreef Immanuel Kant. Ongetwijfeld en terecht!
Maar Aufklaerung, het liberale denken, met al haar positieve kanten had ook een gruwelijke schaduwzijde: industriéle revolutie -> onomkeerbare vervuiling, technische ontwikkelingen waarin de mens voor geen meter bleek de consequenties ervan te overzien.
Met name het onderzoek naar elementaire deeltjes hield ook de uitvinding van en het gebruik van atoomwapens in, een potentieel dat momenteel 300 maal de aarde kan vernietigen.

Lagonda op Frontaal naakt: Raar dat christenen iets tegen masturbatie hebben, terwijl het toch overduidelijk is dat het universum is ontstaan omdat God in een geile bui eens besloten heeft zichzelf te bevruchten --- daar is-ie trouwens nog steeds mee bezig. De schepping bestaat bij de gratie van Gods narcistische rukwerk.

Taalkundig misschien geslaagd of niet, ik oordeel daar niet over. Ik riposteerde met: Wat mensen van de schepping bakken, zie ik eerder als narcistisch en zelfdestructief rukwerk, en erger

Dat lijkt mij ook meer de kern raken.
Je kunt een God,en Lagonda gaat kennelijk van het bestaan daarvan uit, niet verantwoordelijk stellen voor het feit dat de mens nolens volens voor een ontwikkeling kiest die regelrecht tot haar ondergang leidt. Wij geilen op een technologische progressie, maar zijn niet in staat op moreel vlak gelijke tred te houden.
Een etisch/moreel reveil dat vinger aan de technische vooruitgang aan de pols voelt, en haar een spiegel voor houdt, die is er niet. Om de simpele reden dat de mens daar niet toe in staat is.
"Wetenschap zonder religie is kreupel, religie zonder wetenschap is blind." zei uitgerekend---------- Einstein.