Pepijn Koops (29-12-1970; Haarlem) wordt verdacht van het plegen van een “Aanslag op het leven of de vrijheid van een internationaal beschermd persoon” (artikel 117 Wetboek van Strafrecht), namelijk op 19 september 2025 te Den Haag. Hij heeft met een moker de intercom van de Israëlische Ambassade kapotgeslagen, sloeg met een stootijzer tegen de ramen en wilde met 15 liter benzine brand stichten. Als deze aanslag was gelukt, waren we wereldnieuws geweest, aldus de Officier van Justitie. Poging tot brandstichting wordt subsidiair ten laste gelegd.
Op maandag 22 december 2025 zat ik dan eindelijk op de publieke tribune van de Rechtbank Den Haag, om te zien hoe de geradicaliseerde tropische landbouwingenieur er nu aan toe was. Journalisten van meerdere kranten plus de actie-journalist Chris Klomp zaten met hetzelfde doel ook in de zaal. Het is altijd interessant om te zien of er nog Pro-Palestijnse activisten zijn die deze daad toejuichen en die hun kameraad komen steunen. Dat was niet het geval. Alleen de zus en de moeder van de verdachte waren aanwezig.
Mr. Krit Zeegers van het kantoor Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers heeft de verdediging van de vermoedelijke brandstichter op zich genomen. Mr. Zeegers begon al meteen met het verzoek of mijnheer Koops toch niet vrijgelaten kon worden. Hij heeft tenslotte al een paar maanden vastgezeten en heeft het verder ook moeilijk. Door de voorlopige hechtenis is hij zijn WW-uitkering kwijtgeraakt en kan nu de huur van 750 Euro niet meer betalen. Hij dreigt uit zijn huis gezet te worden. Bovendien is zijn vrouw in Kameroen zwanger en krijgt over een maand een kind. Mijnheer Koops ondersteunt zijn vrouw in Kameroen, met een bedrag van 284 Euro per maand. Door het wegvallen van de WW kan hij dit bedrag niet langer betalen. Mr. Zeegers betoogde verder dat de rechtsorde naar zijn oordeel helemaal niet zo ernstig geschokt was, want er was in de media nauwelijks over bericht. Er was naar zijn mening door de daad geen maatschappelijke verontwaardiging ontstaan.
Helemaal bont maakte de actie-advocaat het, toen hij beweerde dat de door verdachte gebruikte benzine heel oud was en daardoor niet meer brandbaar. De recherche had geprobeerd de benzine in de brand te steken en dat was niet gelukt. Hij vroeg een nieuw TNO-onderzoek van de brandstof aan. Het was dus eigenlijk allemaal niet zo erg. Pepijn Koops had zelf contact met het dagblad de Gelderlander gezocht en in dit interview had hij gezegd dat hij de brandstichting niet nog een keer zou doen, want hij betaalt er een hoge prijs voor. Daarom moest hij volgens de advocaat maar vrijgelaten worden, desnoods met een enkelband en een locatieverbod.
Het was duidelijk dat de verdachte en de verdediging de ernst van de situatie helemaal nog niet tot zich door hadden laten dringen. Het plegen van een 117 WvSr “Aanslag op het leven of de vrijheid van een internationaal beschermd persoon”, in dit geval de Israëlische ambassade, wordt over het algemeen met jarenlange gevangenis bestraft. Een Syrische activist die vorig jaar hetzelfde probeerde kreeg 30 maanden gevangenisstraf, terwijl daar artikeltje 117 nog niet eens bewezen werd. Nederland moet de belangen van het diplomatiek- en consulair verkeer tussen Nederland en andere staten beschermen en daarom is dit een staatsmisdrijf. Mijnheer Koops heeft de belangen van de staat aangetast. Het voorbereiden van zo’n aanslag staat gelijk aan het plegen ervan. Bij bewezen verklaring krijgt hij geen strafvermindering omdat de aanslag mislukt is. Het wordt dus spannend hoe dit verder gaat aflopen.
Intussen twijfelt de Officier van Justitie aan de psychische gesteldheid van de aanslagpleger en heeft een milieu- en psychologisch onderzoek bevolen. Weliswaar wordt de verdachte als zijnde “goudeerlijk” omschreven, maar in dit geval kan dat wel eens in zijn nadeel werken. Toen de Officier van Justitie stelde dat de verdachte geen berouw had getoond, wilde mijnheer Koops er al tussen komen om zichzelf te rechtvaardigen. Dat werd door de rechter niet toegestaan. Gevraagd naar de brandbaarheid van de in petflessen medegebrachte brandstof, vertelde Pepijn Koops dat hij de brandstof niet zelf van tevoren uitgeprobeerd had. Dat is dan de goudeerlijkheid waar een advocaat helemaal niks aan heeft. Hij had gewoon zijn mond moeten houden.
Dit was alleen nog maar de regiezitting en er werd niet inhoudelijk op de feiten ingegaan. Hoe is de verdachte in zo’n korte tijd geradicaliseerd? Werd hij ondersteund door anderen? Heeft hij wel spijt of geen spijt? Waarom heeft hij op Linkedin een interview met de Hamas-oprichter Sheikh Yassin geplaatst? Had hij nog andere, democratische, actiemiddelen kunnen gebruiken? Waardoor is een gevoel van urgentie ontstaan, waardoor hij meende nú te moeten handelen? Het zijn allemaal vragen voor de inhoudelijke rechtszitting.
Toch gaf Pepijn Koops wel een klein beetje inzicht in zijn innerlijke ziel, door te beweren dat hij liever had gehad dat iemand anders de brand had gesticht, want er moest een daad gesteld worden, maar niemand deed iets. Het woord “genocide” speelde daarbij een belangrijke rol. De Nederlandse regering moest tot handelen gedwongen worden. Pepijn liet bij zijn redeneringen een mechanische logica in zijn denken zien. Door de brandstichting zou onrust moeten ontstaan en dan zou de Nederlandse regering wel móeten handelen. Die oorzaak en gevolg had hij echter nog niet waargenomen en daarom beschouwde hij zijn daad als “nog niet gelukt.” Het is wel allemaal erg “goudeerlijk”, maar het helpt zijn zaak natuurlijk helemaal niet.
Er is door de Rode Lijndemonstraties, het gehamer op hongersnood en “genocide” en de anti-Israëlische propaganda, een gevoel van urgentie ontstaan, die de verdachte kennelijk tot deze daad heeft gebracht. Hij heeft daarbij niet gedacht aan de mensenlevens van de gebruikers van het gebouw: Niet alleen ambassadepersoneel, maar ook andere huurders. Ondanks dat de daad nu door de Gelderlander als humanitaire daad wordt verkocht, heeft de verdachte mensenlevens in gevaar gebracht. Hij heeft zelfs op de koop toe genomen dat zijn eigen leven in gevaar kwam. Dat getuigt van een heel eng fanatisme en een rigide oordeel over goed en kwaad.
Alle eisen van de verdediging werden afgewezen. De verdachte blijft in ieder geval tot maandag 16 maart 2026, om 14:00 uur in hechtenis. Dan is de volgende regiezitting. Bij het naar buiten lopen vraagt de moeder van de verdachte of ik van de SP ben. Misschien spoort de moeder ook niet helemaal, want ze denkt serieus dat een partij als de SP dit soort daden goedkeurt. Nee natuurlijk niet. Pepijn staat er helemaal alleen voor en hij zal zijn kind in Kameroen niet kunnen zien opgroeien. Niemand steunt hem.










